Na een positieve zwangerschapstest en het bijhorende bloedonderzoek dat bevestigde dat er kleine pruts in mijn buik aan het groeien was, begon het stressen echt. Een jaar en half voorheen had ik een miskraam op 11 weken en de schrik dat de geschiedenis zich zou herhalen, zat er dik in. Onnozel misschien, maar dat is een gevoel dat heel de zwangerschap lang niet weggaan is. 

Zoals ik in mijn vorige blog al zei, had (en heb ik nog steeds) een ongelofelijk lieve en toffe gynaecologe. Ik belde haar meteen met het goede nieuws en na wat rekenwerk mochten we een week of twee later al op eerste consultatie. Een eerste echo om te kijken of dat kleine wonder wel goed groeide. Het werd al snel duidelijk dat ik minder ver in de zwangerschap zat dan ik oorspronkelijk vermoedde maar toch was er al in de verte een kleine hartslag waarneembaar. Vanaf dan mocht ik om de twee weken langskomen, om even snel een echo te maken om zo het vruchtje goed te kunnen monitoren (en eigenlijk vooral om me een beetje gerust te stellen). De eerste weken mocht ik ook om de zoveel dagen bloed laten afnemen om te kijken of het zwangerschapshormoon wel voldoende steeg. Alles om me door die eerste weken te loodsen dus. En eerlijk: het hielp een beetje. 

Het duurde een eeuwigheid, maar eind december was het eindelijk tijd voor de 12 weken echo. ‘De belangrijke’. Terwijl in mijn ogen elke echo belangrijk was. Met een nog kleiner hartje dan anders legde ik me op de stoel, deed mijn t-shirt omhoog en liet de gynaecologe haar werk doen. Het zat er allemaal: een neusje, een mondje, ogen, handjes, voetjes, zelfs de orgaantjes werden gecheckt. Het kon gezegd: so far so good, dit was ook weer een perfecte echo. De kleine pruts, die als werktitel ‘Franky’ had gekregen, groeide als kool en je kon heel goed zien dat het al een echt mini-mensje was. Elke keer zat Gunther fier naast mijn zijde. Het moet gezegd: toen al zag het ernaar uit dat het een heel betrokken papa zou worden. Hij miste geen enkele echo. What a champ. Maar god, alles zag er ook op die echo goed uit.

Tijd dus om vrienden en familie in te lichten. En dat was op z’n minst gezegd wat gek. Je moet weten: we zaten volop in lockdown periode. De hoeveelste? No clue, de tel was ik ondertussen al lang kwijtgeraakt. Buiten onze bubbel (die zowat bestond uit mijn gezin), hadden we al heel lang vrienden en familie niet in levende lijven gezien. Mijn lief zijn ouders en zussen (die ik toen ook nog maar 1x keer gezien had door Corona) moesten we het goede nieuws melden via FaceTime. Ook veel van onze vrienden kregen een foto via Whatsapp van een echo. Allemaal heel onpersoonlijk, maar jammer genoeg kon het niet anders. 

We hebben ook wel echt gewacht tot na die 12 weken om veel mensen in te lichten. Mijn lief wou het het liefst van de daken schreeuwen en hij snapte ook niet goed waarom zoveel mensen wachten om het te zeggen tot na die 12 weken, maar ik was gewoon veel te bang dat me hetzelfde zou overkomen als een jaar en half terug en dat we dan iedereen weer moesten inlichten: ah nee, het is toch weer niet gelukt. 

Elke echo bleef wel spannend. Elke keer opnieuw stond ik met knikkende knietjes in de wachtzaal van de gynaecologe te wachten tot het mijn beurt was. Maar maand na maand (na de 12-weken echo ging ik niet meer twee-wekelijks, maar maandelijks op controle) bleef het goed gaan. Via de NiPT kwamen we ook te weten dat we een meisje verwachtten.

We zochten en vonden een naam via ‘Kinder’, een app gelijkaardig aan Tinder maar dan met kindernamen (achteraf gezien toepasselijk aangezien we elkaar meer dan een jaar eerder ook ‘geswiped’ hadden), mijn zus werd als meter gevraagd en Gunther zijn beste vriend als peter. Alles was perfect. 

Moeha, uiteraard niet! Perfect bestaat niet. Tijdens de zwangerschap waren er toch paar dingen gaande die niet vanzelfsprekend waren. Over eentje heb ik het al gehad: Corona. Het was een heel eenzame zwangerschap. Heel wat van mijn vrienden en familie hebben me niet eens zwanger gezien. Erger nog: heel wat vrienden en familie hadden Gunther nog niet eens gezien voor ik beviel. We waren zo bij met dat kleine wonder op komst, maar we konden het maar met weinig mensen delen. Ook zwangerschapskwaaltjes, angsten die ik had over het nakende moederschap, de bevalling, mijn lijf dat veranderde… Veel daarvan heb ik alleen moeten doorstaan. Met Gunther aan mijn zijde uiteraard, maar die man kon me natuurlijk niet vertellen waarom ik menstruatie-achtige krampen voelde. Hij kon veel op vangen, maar niet alles.

Daar bovenop kwam ook nog dat we even niet thuis woonden. Een week na we wisten dat we een kindje verwachten, zijn we in gang geschoten om ons huis te verbouwen. De gedachtegang daarachter was: eens dat kindje er is, komt dat er niet meer van. 

Op 9 februari, toen ik ongeveer 4 maanden zwanger was, verhuisden we dan ook voor ‘even’ naar mijn ouders. In mijn hoofd was dat voor een maand of 3, terwijl zowat iedereen in mijn omgeving wel beter wist maar een zwangere vrouw durft niemand tegenspreken. Plus de stress rond een verbouwing (iedereen die er al eentje gedaan heeft snapt meteen wat ik bedoel) helpt natuurlijk ook niet echt. Voor wie het wil weten: die drie maanden die we bij mijn ouders zouden wonen, werden er uiteindelijk 10. Kloterij, maar dankbaar voor elk moment dat we daar mochten verblijven. We werden daar ongelofelijk in de watten gelegd en eerlijk gezeg, die extra hulp met zo’n newborn was die eerste maanden meer dan welkom. 

Als je denkt: dat zal het wel zowat zijn zeker? Neen hoor! Rond het begin van het derde trimester kreeg ik ongelooflijk veel pijn net onder mijn rechterborst en die pijn werd eigenlijk alleen maar erger. Je wil niet weten welke dokters ik allemaal afgelopen heb. Gynaecologen, osteopaten, kine’s, spierspecialisten,… You name it. Helemaal ten einde raad werd ik zelfs naar de pijnkliniek gestuurd, de pijn was niet te harden. Een maand ben ik thuisgebleven van het werk. Staan, zitten, liggen, het maakte niet uit, de pijn bleef. Uiteindelijk is die gebleven tot ik bevallen ben en eigenlijk ook tot ver daarna. Wat het uiteindelijk was weten we nog altijd niet, maar waarschijnlijk een ontstoken tussenribspier en aanhechtingspunten. Omdat ik zwanger was konden er geen foto’s genomen worden. Er werd wel een echo genomen op die plek en daar zagen ze wel een soort van ontstekingsbeeld (in hoeverre dat ze dat kùnnen zien op zo’n echo). Waar het vooral om gaat: het deed pijn. Veel pijn. En toen zei ik nog: sowieso dat dit meer pijn doet dan bevallen. Nou, wist ik toen veel! 

Last but not least: de dag dat ik op bevallingsverlof ging, exact een week voor de uitgerekende datum, werd ik gebeld met het nieuws dat het programma dat ik op dat moment op de radio presenteerde, niet meer verdergezet zou worden als mijn moederschapsverlof erop zat. Ik kan je vertellen dat zoiets hard binnenkomt, een week voor je moet bevallen. Het ergste was: ik heb echt niet kunnen genieten van die laatste week zwangerschap want in mijn hoofd speelde bijna alleen maar de gedachte: ow shit, ik beval over een week en ik heb totaal geen vooruitzichten meer. Als zelfstandige had ik ook geen poot om op te staan. Onze onthaalmoeder was helemaal geregeld rond die job, alles viel zo goed in zijn plooi. Het moederschap en werkleven was perfect te combineren met dat programma en ik kon echt nog veel bij mijn kind zijn. Maar ja, niet dus, het mocht niet zijn. Enfin, iets waar ik niet graag aan terugdenk. Maar goed: it is what it is. `Ik weet hoe dat gaat in die wereld. Plaatsjes en budgetten zijn beperkt en dat zal jammer genoeg altijd zo blijven. No hard feelings naar eender wie. 

Niet allemaal rozengeur en maneschijn dus. Toch, niks onoverkomelijk. En ik werd ongelooflijk gesteund door mijn lief en familie. In the end zou het allemaal wel goed komen. Het voornaamste was: ik had een kerngezond, heel goed groeiend, beweeglijk baby’tje in mijn buik zitten. Haar stampjes maakten me elke keer weer zo gelukkig. Het duurde lang voor ik ze voelde omdat de placenta vooraan zat, maar eens ik ze voelde, kon ik mijn geluk niet op. 

Alle clichés van zo’n zwangerschap waren voor mij wel waar. Ik was over-emotioneel, soms bang voor wat er komen wou, ik haatte het om zwanger te zijn, ik kreeg haar op rare plaatsen (mijn buik leek echt gewoon op een bierbuik. Mooi zwanger, what?), heel mijn gezicht en lijf stond vol acné en mijn handen, voeten en hoofd waren helemaal opgezwollen door het vocht. 

Op 3 juli zou ze komen. 
Helaas. 
Op 3 juli stond ik nog te dansen op Arsenal op Werchter Parklife. 
Wanneer ze dan wel van zich liet horen, lees je in het laatste deel van ‘Hoe het begon’. 

Bye!

Je houd misschien ook van...

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.